13 goals, 2 fights. Go Flames Go!
Ik tel mijn zegeningen. Prijs me gelukkig. Voel me een goudvink. We hadden kaartjes voor The Flames. Dankzij het feit dat de zus van mijn huisgenoot Steve aan het verhuizen was, kon ze geen tijd vrijmaken om naar de hockeywedstrijd van de Calgary Flames tegen de Nashville Predators te gaan. Steve had de kaartjes van haar gekregen en vroeg of ik meeging naar de wedstrijd.
![]()
Nu kan je honderd jaar in Canada wonen, maar als je geen hockeywedstrijd hebt meegemaakt, dan ben je er nooit geweest. Dat heb ik al vanuit meedere betrouwbare Canadese bronnen vernomen, dus ik sprong een gat in de lucht toen deze kans zich voordeed. Niet een wedstrijd van een of andere proviciale derderangs club bekijken, nee: De Flames! Wat Feyenoord voor Rotterdam is, zijn de Flames voor Calgary. Voor kaartjes wordt nog net niet gemoord. Ze zijn standaard uitverkocht, of beschikbaar op de zwarte markt voor het veelvoudige van de verkoopprijs. En voor een redelijke seat betaal je al gauw zo’n 100 dollar. Het hockeyseizoen is een paar weken terug uitgebroken en brengt Canadezen in een koortsachtige toestand. Ik had al een paar wedstrijden van de Flames op TV gezien, en een kinderlijk blije voorpret maakte zich van mij meester.
Nu heb ik in mijn jeugd veldhockey gespeeld. Niet afhouden, maar de bal beschikbaar houden voor de tegenstander. Voorzichtigheid en hoffelijkheid betrachten. Gevallen tegenstanders helpen opstaan. Drie hoeraatjes voor het tegenteam: hiep hoi hiep hoi hiep hoi! Hoe anders vergaat een ijshockey wedstrijd. Snelheid en behendigheid met stick en puck zijn slechts twee onderdelen van het arsenaal van tactieken die de spelers tot hun beschikking hebben. De eerste die mij direct opviel toen ik op TV mijn eerste hockeywedstrijd zag, was die van het met duizelingwekkende snelheid op de tegenstander afschaatsen, en deze trachten te verpletteren tussen de boarding en jouw lichaam. Harde klappen daveren door het stadion. De scheidsrechters keuren het goed, het publiek klapt beleefd. Naast stick is het ook toegestaan met hand of schaats (”sjoet!!”, was mijn reactie toen ik het voor het eerst zag) de puck tot stoppen te brengen. Wat níet mag is met grote snelheid een stick in iemands gezicht planten. Ik denk dat die regel is bedacht omdat een fietsenrek of een scheve neus het in de media niet zo goed doen. Een gedoogbeleid lijkt te zijn ingevoerd daar waar de irritatiegrens van spelers na de zoveelste bodycheck bereikt wordt. Deze grens kan je herkennen wanneer sticks, helmen en handschoenen plotsklaps door de lucht vliegen en spelers, bevrijd van deze hinderlijke uitrusting, elkaar onvermoeibaar en met gebalde knuisten op het hoofd beginnen te timmeren. Doorgaans stijgt de sfeer in het stadion op dat moment tot ongekende hoogte en het juichend publiek geeft de indruk dat er naast de hockeywedstrijd, een nieuw opwindend spel is begonnen. De scheidsrechters kijken het gevecht aan, houden andere spelers op afstand, en schuiven indien nodig de goal opzij om de kemphanen wat ruimte te geven. Ze zouden zich immers eens kunnen bezeren. De ongeschreven regel lijkt te zijn dat de speler die het eerst valt, heeft verloren. Dat is dan ook het moment waarop de scheidsrechters rustig naar de vechtersbazen toeschaatsen en ze naar de penaltybox begeleiden waar ze enkele minuten hun zonden mogen overdenken. In Nederland zou bij een hockeywedstrijd een schorsing voor meerdere wedstrijden, dan wel seizoenen de consequentie zijn.
Ach! Had ik sterspeler Dion Phaneuf al genoemd? Deze nummer 3 van de Flames heeft het gepresteerd om van zijn achternaam een werkwoord te maken. To be Phaneufed ziet er ongeveer zo uit.
Welnu, aangekomen bij de Saddledome zagen we de Flames fans in groten getale toestromen. Ik achtte me in een omgekeerde wereld. In de arena beuken de spelers elkaar tot moes en staan ze elkaar naar het leven; buiten de arena wandelen de supporters gemoedelijk naar hun stoelnummer, getooid in Flames-shirt, al dan niet zwaaiend met een vlaggetje. Kopen een consumptie, praten wat met elkaar, staan van hun plaats op als je er langs wilt en verontschuldigen zich als zij erlangs moeten. Een vrolijk familiefeest. Ik probeer mijn huisgenoot Steve de dreigende sfeer te schetsen die alleen al in de stadscentrum hangt als er in Rotterdam een voetbalwedstrijd wordt gespeeld. Canadezen hebben een I’m ok, you’re ok- modus gevonden in hun samenleving waar ik me erg prettig bij voel. Dit volk is erg ok.
De eigenlijke wedstrijd is slechts een onderdeel van het spektakel dat hockey heet. Een flitsende lichtshow, opzwepende muziek en ronkende commentaren zorgden ervoor dat ik m’n ogen uitkeek. Zo’n beetje elke tien minuten volgde er een korte pauze en uit het niets zwierde er een roedel welgevormde schaatsmeisjes in korte fladderrokjes met sneeuwschuivers over het ijs. Dezelfde meisjes wisselden tijdens de wedstrijd ook drie keer de boodschap op de reclameborden aan de baan; iets dat ik nog nooit eerder had gezien.
Een hockeywedstrijd bestaat uit drie periods. In de rust tussen deze periods krijgen de kijkertjes thuis een berg reclame over zich uitgestort. Het gepeupel in het stadion wordt beziggehouden met human bowling: iemand wordt uit het publiek geplukt en op een klein sleetje gezet dat met twee lange elastieken richting reusachtige kegels wordt geschoten. Degene die de meeste kegels omheeft wint iets van een bepaald merk, dat hiervoor ongetwijfeld diep in de buidel heeft getast. Al bij binnenkomst in de Saddledome was me meteen duidelijk: dit is big business.
O ja, de wedstrijd zelf. Ik zou het bijna vergeten. De immer impopulaire Nashville Predators mochten tegen de Flames. Van Steve begreep ik dat de Predators een van de minst favoriete teams in de league waren, dus ik bereidde me voor op een executie. Dat leek het in het begin ook te worden, maar wonderwel werd het dat niet. De wedstrijd eindigde in 7 - 6 voor de Flames. Het officiële verslag kan je hier nalezen. Mijn eigen sfeerverslag vind je hieronder, inclusief de twee vechtpartijen! Filmpje!
Calgary Flames against Nashville Predators from Erik van der Liet on Vimeo.

November 23rd, 2008 at 7:29 pm
cool erik, leuk verslag! waar is de puck? volgende keer hd kwaliteit!
groet Remy
November 24th, 2008 at 7:23 am
ja, cameraatje van 5 jaar oud…