Busking en omgaan met weerstand
Calgary leert nog steeds. Zo heeft zij besloten zich als een echte cosmopolitische stad te gedragen. Vorig jaar is de magische grens van 1 miljoen inwoners doorbroken, echter daar merk je nog weinig van. Een van de besluiten tot grootstedelijk gedrag is het loslaten van de strenge regels rondom busking, het maken van straattheater. Immers, struikel je in Londen, Parijs en New York niet over de straatmuzikanten, schilders, acrobaten en mime-spelers? Artiesten brengen leven in een wereldstad, en geloof me, Calgary kan dat goed gebruiken. Downtown bestaat alleen tijdens kantooruren, zo lijkt wel. ’s Avonds en ’s nachts kan je er een kanon afschieten en lijkt het alsof je in een science fiction B-film rondloopt waarbij mysterieuze buitenaardse wezens alle kantoormensen hebben ontvoerd. Af en toe snelt er nog een taxi voorbij.
Alberta is niet een van de meest progressieve provincies in Canada, dus potsenmakers, artiesten en vagebonden werden traditioneel met argusogen beloerd. Is die viool, gitaar of goochelkist niet een ordinaire cover up voor panhandling – bedelen?
Echter, de tijden veranderen, zelfs in Calgary. Het nieuwe beleid rondom straatoptredens wordt door de City manager arts and culture in de Calgary Herald volgt geformuleerd: “er zijn geen kosten, er is geen vergunning, er is geen boete, er is geen beleid.” Er zijn echter wel drie regels waaraan de straatartiest zich dient te houden: niet jongleren met scherpe voorwerpen, iets brandbaars of wat al in de fik staat; geen geluidsversterkers; niet langer dan een uur op dezelfde plek, want – vingertje – “als het een goede plek voor jou, dan is het ook een goede plek voor een andere busker, en laten we eerlijk delen.”

Dit nieuws was ongemerkt aan mij voorbij gegaan als niet één van de Loose Moosers enthousiast had geroepen dat het een geweldige aanleiding zou zijn om improvisatietheater eens de straat op te brengen. Of ik mee wilde doen. Alle haren op mijn hoofd trokken zich direct een millimeter naar binnen. In mijn hoofd rende ik met rollende ogen van paniek naar de deur die alleen naar binnen opengaat, waardoor ik mij als een dolle hond met krassende nagels een weg naar het plafond krabbelde: neeheee!! “Sure, I’m in” hoorde ik mezelf desondanks antwoorden. Godallejezus waar ben ik aan begonnen, bedacht ik me. Het ene moment in je leven sta je in krijtstreep een Raad van Bestuur te adviseren, het andere moment in een parkje de pias uit te hangen met een hoed voor je om wat kleingeld te vangen.
Wel doen dus. Niets is eerlijker en directer dan voorbij lopend publiek op straat. Is het verhaal wat je opvoert boeiend, dan blijven mensen staan. Zo niet? In het beste geval kijkt er niemand en lopen ze door, in het slechtste geval blijven ze om de verkeerde reden staan en word je uitgehoond.
Met een groepje van vijf togen we dapper de straat in, waar we neerstreken op een hoek van 8th avenue. Het was half zeven. De straten druppelden nog enkele verloren forenzen met haast na. We begonnen: “word at the time” – waarbij je samen met een medespeler een verhaal creëert door omstebeurt een woord te roepen, “handen door” – waarbij twee spelers de armen doen van twee andere spelers en veel andere games. Hard werken. De wind blies onze hoed voor het kleingeld om. Dit was geen goede plek. Verder lopen naar het park dan.

In het park vonden we een beter plekje. We gingen noest door, waarbij ik oplette: waarbij blijven mensen staan om te kijken, en wanneer verliezen ze interesse? De hat game bleek een ideaal spel voor op straat. Twee spelers moeten een scene spelen waarbij ze een hoed op hebben. Zij moeten tijdens de scene de hoed van de andere speler zien te bemachtigen. De truc is om goed op de andere speler te letten: zodra je ziet dat een speler vooruit denkt – dit kan je zien in de ogen – kan je eenvoudig de hoed van zijn hoofd grissen. In dit spelformat zit spanning; er wordt risico gelopen… en dat werkt.

“Soccerfans jump up and down and scream when the ball might get in . That’s why it is fun to see an actor improvise and take a 50-50 risk.” De theorie van Keith Johnstone bewees zich in de praktijk.
De winderige woensdagavond leverde exact één dollar in de hoed op. We hebben een handjevol publiek gehad. En wat ben ik een waardevolle ervaring rijker. Vandaag stelde iemand voor om het vaker te gaan doen.
Ik wil weer niet.

August 28th, 2008 at 9:26 pm
Leuk om te lezen Erik. Doe je ding, misschien levert het wel net zoveel op als op straat staan in Delft! :-)))