Benen wijd!
Zoals afgesproken met Joost zou ik vandaag mijn gehele cabaret-DVD collectie langsbrengen. Bijna twee meter lach-DVD’s, van Bomans, Mini en Maxi tot Teeuwen, Maassen, Finkers en alles wat daartussen zit. Joost is namelijk met stip de mega-adoptant van mijn Adopteer-Een-Doos-Programma, in verband met m’n vertrek naar Canada. Voor dit genereuze gebaar is een jaartje lachen gieren brullen, het minste wat ik daar tegenover kan stellen.
Joost woont in Spangen en heeft zich daar - naast zijn rol als succesvol creativiteit en innovatie consultant - ook ontpopt als buurtmonitor en als het echt nodig is buurtregisseur. In het kader van West-Best, heeft hij een aantal jaar geleden samen met zijn vrouw een vierhonderd verdiepingen tellend pand gekocht, waar hij met plezier woont en zich omringd weet met talloze levensverhalen. Wijkantropologie waar hij met smaak over kan vertellen. Maar ik dwaal af.
In mijn immer kansloze peugeotje 106, volgeladen met DVD’s, knorde ik vanuit het onvolprezen Bergpolder richting West, de buurt waar ik ruim 10 jaar heb gewoond en waar ik mij nog nooit onveilig heb gevoeld. De Beukelsdijk bleek - geheel in de Rotterdamse traditie van straten opbreken, slopen en bouwen - volledig overhoop getrokken. Een oerwoud van borden, pilonnen, afzettingen en markatielijnen maakte me duidelijk dat van de geplande route moest worden afgeweken. Geen probleem, rijden we door over de Heemraadsingel, en slaan we rechtsaf, de Vierambachtsstraat in. Mijn oude buurtje! Twee jaar aan de Middellandstraat gewoond. Boven de Pottenkijker; een winkel van sinkel in potten en pannen en andere onbenoembare keukenmeuk, waar een soort van kruidenier droogstoppel handenwringend de nering bedreef. Ik dwaal weer af.
Inmiddels belde ik handsfree - nouja, niet de luxe variant, maar gewoon oordopjes - met mijn vader om te vragen hoe het gisteren bij het oogziekenhuis was afgelopen (voordat ik afdwaal: het komt allemaal goed) en af te spreken dat ik vanavond langs zou komen om een aantal doosjes voor de non-foodbank te doneren, toen ik een roedel politieagenten binnenreed.
Met ferme handgebaren werden ik en mijn pruttelende Peugeotje een parkeerhaven ingesommeerd. Terwijl ik mijn gesprek met pa-lief aan het afronden was, vielen er een aantal standaardbevelen m’n open raampje door die ik niet hoorde, maar die wel heel erg by the book van de Politieacademie klonken. Ik werd meteen blij voor de jonge agent die zich in mijn raam boog. Professionaliteit moet je belonen, maar niet voordat ik het gesprek met mijn lieve oude vader heb afgerond, dus met een glimlach legde ik mijn wijsvinger op mijn lippen om aan te geven dat ik nog niet klaar was voor de excercitie die hij en zijn c’leega’s van plan waren. De hint werd wonderwel begrepen. Ik ronde het gesprek met papa af - “pa, er staat een batterij agenten om me heen, dus ik moet hangen” - en stelde me geheel ter beschikking van Oom Agent, die waarschijnlijk tien jaar jonger was dan ik. Maakt niet uit, maar ik sta er toch even bij stil. Al is het alleen al voor mezelf.
“Wilt u de motor van uw voertuig uitzetten, dat praat wat makkelijker.” Ik had mijn Peugeot nog nooit gezien als een voertuig, maar ik zette de motor uit want de agent had hier wel een punt. “Heeft u wel eens iets gehoord of gelezen over preventief fouilleren?” vroeg agent, by the script. “Jaaaaaaaaaahzeker, zeker over gehoord en gelezen” antwoordde ik met een grijns. Ik heb de afgelopen drieeneenhalf jaar elke ochtend de vier grote kranten doorgespit. Vraag mij niet of ik iets heb gelezen! “Wilt u even uitstappen?” Ik stapte uit, maar daar kan je blijkbaar fouten bij maken. “Wilt u afstand nemen!” klonk het. “Shit, hij is goed,” dacht ik, lettend op zijn intonatie, lichaamshouding en gezichtsuitdrukking. “Gaaf!”
“Wij zijn bezig met een actie om te fouilleren om wapens op te sporen,” vervolgde Agent. “Ik moet u vragen,” - zinskeuze!- “heeft u wapens bij zich?” Ik schoot in de lach, eigenlijk om de gehele situatie. Als ik de kans kreeg zou ik de hele wereld met rozen willen behangen en een landelijke aai-elkaar-eens-dag willen instellen, maar als ik dat openbaar zou maken zou men mij voor gek verklaren. Dus wapens. Een Peugeot 106 , afgeladen met semtex, ploertendoders, kalashnikovs en een clownsneus. Stel je voor. De verleiding was groot om na de controle rechtsomkeerd te maken en dat te arrangeren. Alleen al om de reactie te zien. Maar ja. Ik heb geen clownsneus. En zo. Mijn antwoord was dus nee.
“Wilt u met mij meelopen en zich daar laten fouilleren?” -Plots realiseerde ik me dat ik zowel autopapieren als rijbewijs, dan wel welke vorm van legitimatie dan ook niet bij me had. Geen eens een visitekaartje, want baan opgezegd. Een werkloze zonder legitimatie in een dubieus Peugeotje op de Vierambachtstraat. Ik stond qua de Pim-puntentelling op verlies, maar wist intuïtief: meewerken en doorkeuvelen! In de stralende zon stond ik spijt te hebben van het feit dat ik geen homo ben aangezien de fouillering (foei!-ering) zó grondig was. Ik begon mij ook ernstig af te vragen waar er een camera hing. Eh, overal in de stad natuurlijk inmiddels, maar ik bedoel een verborgen camera, gewoon om de leuk, niet om de bang. “Benen wijd graag.” De zon scheen vrolijk, de auto’s en trams reden langs, het winkelend publiek bekeek de etalages en omringd door een horde politieagenten met petten en hagelwitte overhemden, werd Erik grondig en professioneel in zijn kruis getast. Benen wijd. Rotterdam moet Schoon Heel en Veilig. En dat begint blijkbaar in mijn kruis.
Twee agenten waren inmiddels het Peugeotje ingedoken om uit te vogelen of er geen Leopard tank onder de vloermat was verstopt. Góddank had ik mijn auto de dag ervoor uitgemest. Geen snelweggehaktstavenverpakkingen, vloersnoep en afgesabbelde spa-blauw flesjes meer op de bodem van mijn auto. Er was namelijk ook een vrouwtjes-agent bij, en dan had ik me toch een beetje geschaamd.
De achterbak ging open en de gulle lach diende zich aan voor de agenten. Toon, Youp, Van Muiswinkel en van Vleuten, Van Veen, Kan… “Zo, dat zijn wel klassiekers. Handelaartje in DVD’s?” “Nee, ik ga een jaartje ertussenuit en breng deze naar een vriend,” legde ik uit. “Ah.” Klonk het. “Bedankt voor de medewerking enne, die uitlaat: onze collega’s van verkeershandhaving schrijven daarvoor he, dus je bent gewaarschuwd.” De agent refereerde aan het vertrouwde gepruttel van Peugeotje, dat was te wijten aan een gaatje in de knalpot. Dat was mijn kadootje voor het meewerken: geen boete voor een gaatje. Als een dankbare labrador reed ik weg. De agent hield zelfs even het verkeer voor me tegen.
Wat moet ik hier nou mee? “Nederland is geen politiestaat,” hield ik mezelf voor toen ik wegreed. “Maar ik ben zojuist in een drukke winkelstraat uitgebreid bepoteld en m’n auto is binnenstebuiten gekeerd.” “Wat als ik had geweigerd?” “Wat als ik in plaats van cabaret een verzameling porno-DVD’s naar Joost had gebracht? Niet illegaal, wel een nog genantere vertoning.” Wonderlijke ontwikkelingen en ik heb er nog geen antwoord op.
Ik hoop dat ik over een jaar weer word aangehouden. Als ik de cabaret-DVD’s weer naar mijn huisje terugbreng. “Heeft u wapens bij zich?” “Ja, een kofferbak vol,” zou ik antwoorden.
Humor is het beste wapen.
July 3rd, 2008 at 8:01 am
Ook nog een genieuse ingeving gehad voor het DGA verhaal van mijn zwager?
Grtz,
Antoine